woensdag 22 februari 2017

Reflectie - Angela Landoulsi

Reflectie op basis van de vier niveaus van Little (2002)

  •   ‘Story-telling and scanning’: vertellen van ervaringen 


Persoonlijke en gezamenlijke bijdrage
Ik ben pro-actief en betrokken in het ontwerpbureau, ook de anderen, Marjan, Sonja en Dolf doen dat. Er is volop sociale interactie en ik deel vanuit mijn persoonlijke leven en beroepspraktijk. Door gezellige interactie met elkaar, komen we ook tot inhoudelijke gesprekken die ons ook weer aanscherpen.

Bijdrage aan mijn leren en interactie
Door op deze manier betrokken te zijn in het ontwerpbureau kan ik weer beter plaatsen waar mijn sterke en zwakke kanten liggen. Ik merk bijvoorbeeld dat ik nog weinig parate kennis heb van bepaalde onderwijsthema’s. Dit inspireert mij om meer de theorie te onderzoeken en eigen te maken. Door het verwerken in conceptmaps bouw ik mijn eigen kennisconstructie uit.

  •  ‘Aid and assistance’: bieden van hulp en/of ondersteuning n.a.v. impliciete/ expliciete vraag


Persoonlijke en gezamenlijke bijdrage
Ik bied hulp wanneer anderen dat vragen en bied deze ook aan, ik weet dat ik bij de anderen ook terecht kan met specifieke vragen en ondersteuning.

Bijdrage aan mijn leren en interactie
Ik bied graag mijn hulp aan, zeker nu er twee anderen ook nog bezig zijn met het herschrijven van hun visiestuk. Dit kost extra tijd, waardoor Marjan en ik voor hen ruimte willen creëren. Doordat Sonja, Marjan en Dolf ieder hun specifieke kennis hebben, kan ik gericht om hulp vragen. Zij hebben mij onder andere verder kunnen helpen in het praktisch maken van conceptmappen, specifiek kijken naar literatuur behorend bij de verschillende concepten en het verder toelichten van bepaalde leertheorieën

  •  ‘Sharing’:  delen van materiaal, inzichten, ervaringen (onderlinge interactie)


Persoonlijke en gezamenlijke bijdrage
In de scrumsessies hebben we de eerste keren afgetast wat we gezamenlijk en individueel zouden kunnen aanpakken. Door met elkaar inhoudelijk te sparren omtrent de verschillende concepten kwam naar boven hoeveel kennis en inzicht we gezamenlijk hebben en waar ieders sterke kanten en interesses liggen. Vanuit die sterke kanten hebben we het uitwerken van conceptmappen verdeeld. Daarbij hebben we ook literatuur uitgewisseld. Tijdens het verwerken van onze individuele processen in onder andere het schrijven van het blog houden we elkaar op de hoogte via de groepsapp. En geven elkaar daarbij tips en tops.

Bijdrage aan mijn leren en interactie
Het maken van conceptmappen is nieuw in mijn ontwikkeling, het kost me veel denkwerk en moeite. Door de gemaakte conceptmappen samen te bespreken krijg ik er inzichtelijk meer vat op en lukt het me steeds beter de essentie uit literatuur te halen, zodat de conceptmap er overzichtelijk uit ziet en inhoudelijk onderbouwd is.

  •  ‘Joint work’: samen uitvoeren van taken, co-creatie


Persoonlijke en gezamenlijke bijdrage
Met Sonja heb ik de scrumsessies strak ingepland, zodat we een overzichtelijk tijdpad hebben gecreëerd. Voor het maken van de conceptmappen zoeken we individueel naar literatuur. Één van ons werkt steeds per concept een van de concepten uit en met elkaar perfectioneren we de conceptmap, zodat we komen tot co-creatie.

Bijdrage aan mijn leren en interactie
Ik kom uit een generatie van traditioneel leren. Dat betekent dat de ontwikkeling en het leren bij mij  vaak individueel is gegaan. Op de middelbare school is dat, mede door afwezigheid van goede begeleiding, niet goed gegaan. Door nu op deze manier samen te werken komt er een soort ontspanning in je leerontwikkeling, ik merk dat het me erg goed doet. Je draagt bij aan de processen van anderen en je krijgt erkenning voor je eigen bijdrage. Dit motiveert mij om met gedrevenheid door te gaan en mijn eigen gestelde deadlines te halen.

Slotreflectie: Als team hebben we een goede start gemaakt en zijn we de goede weg van samenwerking ingegaan. Waarschijnlijk liggen er meerdere onbenutte kansen, maar de grootste kans op dit moment is naar mijn inzien dat we elkaar nog meer mee kunnen nemen in ons individuele proces. Door elkaar meer te betrekken, kunnen we als collega's elkaar eerder en beter ondersteunen. Zo kunnen we als ontwerpbureau gezamenlijk een succesvol LA2 bereiken.

Little, J. W. (2002). Locating learning in teachers’ communities of practice: Opening up problems of analysis in records of everyday work. Teaching and teacher education18(8), 917-946.


zondag 19 februari 2017

Workshop: Talentontwikkelend onderwijs, hoe dan?

Workshop: Talentontwikkelend onderwijs, hoe dan?
In het kader van het bezoeken van innovatieve scholen heb ik op donderdag 9 februari deze workshop bezocht. Het onderwerp boeit mij omdat in het vernieuwde eindexamenprogramma van het VMBO voor basis en kader talent vaak aangehaald wordt, zeker binnen loopbaan ontwikkeling en begeleiding. Deze workshop was een onderdeel van de educational design week van Fontys.
De workshop werd gegeven door Kees Gabriels. Kees is eigenaar van het Talentbedrijf, een bedrijf dat teams ondersteunt in het zoeken naar elkaars talenten om die zo volledig te kunnen benutten en in te kunnen zetten.
Wat voor teamleden geldt geldt ook voor docenten in relatie met hun leerlingen, hoe kun je jouw talent inzetten op de talenten van je leerlingen zodat jij en je  leerlingen deze ten volle kunnen benutten. Daarnaast is het erg belangrijk om je te realiseren dat onderwijs draait om de individuele docent en de individuele leerling, talentvol werken en talentvol onderwijs vraagt een individuele benadering zonder het collectief uit het oog te verliezen.

Wat mij aansprak was het feit dat Kees over talent sprak als een intrinsieke, voorwaartse kracht. In het aangeven van talenten gaf hij aan dat bijvoorbeeld veelzijdigheid geen talent is omdat er iets onder zit. Om veelzijdig te kunnen  zijn moet je nieuwsgierig zijn, dat is het talent. Dit talent gebruik je overal en kun je dan voor jezelf terugvinden in de dingen die je doet.
Op het moment dat dit talent niet gezien wordt komen er reflexen om afwijzingen die volgen te voorkomen, hij noemt dit je draken. Deze draken liggen om je talent heen en zorgen ervoor dat om afwijzingen te vermijden je:
-          Blokkeert, afhaakt
-          Minder gaat doen
Kortom je zorgt dat je met je hoofd onder het maaiveld blijft en dat je dus niet meer afgewezen wordt. Om te zorgen dat je talent kan vlammen werkt het talentbedrijf met het onderstaande model.


                      
Mij lijkt het een uitdaging om met dit model aan de slag te gaan.

bron: http://www.hettalentbedrijf.nl/

Bezoek innovatieve school, De Wijzer in Beneden-Leeuwen

Bezoek innovatieve school
OBS De Wijzer (http://www.obsdewijzer.nl/) in Beneden-Leeuwen
Sonja de Bruijne

Actieve, betrokken en kritische burgers die hun kwaliteiten en talenten leren kennen en kunnen benutten. De Wijzer in Beneden-Leeuwen stralen deze punten uit in hun vormgegeven onderwijs. Ze hebben een duidelijke visie op de verschillende facetten van het onderwijs:
-       Visie op lesgeven,
-       Visie op leren,
-       Visie op onderzoekend leren en
-       Visie en identiteit.
Dit stralen ze duidelijk uit op de website van de school. Daarbij hebben ze zichtbaar nagedacht op de invulling van de visies.

Dit laat de mindmap op de website zien.



Om de visie nog meer uit te stralen hebben ze een filmpje op de website.

Mijn interesse werd gewekt door het werken met de verschillende concepten: coöperatief leren, IPC, het werken met units, Snappet, rapportfolio en Rots en Water.

Coöperatief leren; hierbij gaat het om de samenwerking tussen sterkere en zwakkere leerlingen. Dit wordt gestimuleerd door verschillende werkvormen. De leerlingen discussiëren samen over de leerstof, ze geven elkaar uitleg en informatie en vullen elkaar aan.
De verschillende werkvormen zijn mij niet duidelijk geworden tijdens het bezoek. De leerlingen veelal klassikale instructie en gaan daarna aan het werk. Hierbij mogen ze zelf kiezen of ze alleen of samen verwerken.

IPC (International Primary Curriculum); kinderen worden actief betrokken bij hun eigen leerproces en doelgericht leren staat bij ieder project centraal. Vakgebieden worden op een eigentijdse manier aangeboden en leerlingen leren effectief en met plezier. De thema’s worden aangeboden in de groepen 1 t/m 8. Voor alle zaak- en creatieve vakken zijn er uitdagende doelen. Binnen een vakgebied wordt er gewerkt 
aan leerdoelen:
-       Kennisdoelen (ik weet)
-       Vaardigheidsdoelen (ik kan)
-       Inzichtdoelen (ik begrijp)

In de school is duidelijk zichtbaar dat er gewerkt wordt met de verschillende thema’s. Wat opvalt is de borden in de groepen waar de vakken en de doelen duidelijk zichtbaar zijn. Wat me daarin opviel is dat de leerdoelen niet naar de leerlingen zijn geschreven en bijvoorbeeld bij de groepen 1/2 niet te begrijpend zijn voor de leerlingen. Ik mis daarin de kindertaal.

Werken in units; in het midden van de school is een leerplein ingericht waar de leerlingen op verschillende plekken kunnen leren. Dit is voor alle leerlingen. De instructie en de begeleiding op het leerplein is op elkaar afgestemd. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende klassen en leerkrachten. De instructie vindt plaats in de klassen (veelal klassikaal), iedere klas heeft een halve cirkel bij het bord waar de leerlingen kunnen zitten voor de instructie. De leerlingen verwerken met Snappet.


Het werken met het leerplein is een mooi streven. Tijdens het bezoek werd er veel gebruik gemaakt van het leerplein. Er was duidelijk toezicht op het leerplein, er werd meerdere malen een serviceronde gelopen door een leerkracht. Ik heb me wel afgevraagd wat nu de werkelijke effectieve leertijd is. Ik zag vele leerlingen die niet geconcentreerd aan het werk waren. Door de verschillende leeftijdsgroepen hebben de leerlingen de keuze uit verschillende tafels. Dit maakt dat de oudere leerlingen aan veel te lage tafels zaten, dit zag er niet comfortabel uit. De gedachte van een leerplein is mooi, ik zou er zelf niet snel voor kiezen. Het vraagt veel van de leerlingen en ik vraag me af of de leerlingen dit aankunnen.

Rapportfolio; focus op de persoonlijke ontwikkeling van ieder kind. MijnRapportfolio biedt scholen de combinatie van een digitaal rapport en een digitaal portfolio in één online omgeving. Visualisatie van de leerlijnen. Talentontwikkeling wordt zichtbaar gemaakt. Het maakt leren in de breedte zichtbaar. Onderdelen van MijnRapportfolio:
-       Dit ben ik.
-       Ontwikkelpunten.
-       Zo ben ik.
-       Zo leer ik.
-       Zo werk ik.
-       Talenten.
-       Vaardigheden.



Een prachtig instrument op de gehele ontwikkeling van een leerling in kaart te brengen. Het is een combinatie van de leerling, de ouder en de leerkracht.

Wat neem ik hieruit mee naar mijn eigen organisatie?
Het coöperatief leren past erg goed in het Daltononderwijs.  Ik zou de verschillende werkvormen graag willen toepassen binnen ons onderwijs. Dit bevordert het samenwerken, één van onze speerpunten.


Het werken met IPC is een zeker toepasbaar binnen mijn organisatie. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen actief worden betrokken bij hun leerproces en dat doelengericht werken hierbij centraal staan. Dit past bij het doelgericht werken dat we u doen met Snappet en dat we willen doortrekken in de WO-vakken.