De toekomst van het onderwijs wordt in allerlei nota’s en
beleidsstukken gekoppeld aan 21e -eeuwse vaardigheden. Dit heeft te
maken met de eisen die gesteld worden aan leerlingen door de snel veranderende
samenleving.
Voor deze vaardigheden worden er verschillende benamingen
gebruikt zoals 21st century skills ( Binkley et al,2010), life long learning competencies
en advanced skills (Law, Pelgrum & Plomp,2008), key skills (EU,2002). In
Nederland spreken we van sleutelvaardigheden ( Van Zolingen, 1995)
Kerncompetenties (Onderwijsraad,2000), soft skills (Van Eck, Van Daalen, &
Heemskerk, 2011) of vakoverstijgende competenties ( Ledoux, Meijer, Van der Veen,
& Breetveld, 2013).
De aandacht voor de 21e eeuwse vaardigheden is
groot en er wordt veel belang aan gehecht. De discussie richt zich op wat de
meest belangrijke vaardigheden zijn. Er zijn verschillende modellen ontwikkeld
die door Voogt en Pareja Roblin (2010) vergeleken zijn.
Zij kwamen tot de conclusie dat in alle modellen
vaardigheden worden genoemd op het gebied van:
-
Samenwerking
-
Communicatie
-
ICT-gebruik
-
Sociaal en/of cultureel bewustzijn (inclusief
burgerschap)
Verder komen in de
meeste modellen vaardigheden voor op de volgende gebieden:
-
Creativiteit
-
Kritisch denken
-
Probleemoplossende vaardigheden
-
Productiviteit
Vaardigheden op het gebied van zelfregulering, leren
leren, plannen, flexibiliteit en aanpassingsvermogen.
Marzano en Hefleblower (2013) hebben in hun boek “Klaar
voor de 21e eeuw “ een indeling gemaakt in cognitieve en conatieve
vaardigheden voor de 21ste eeuw. Zij focussen niet op ict
vaardigheden maar richten zich op de volgende indeling:
|
Cognitieve vaardigheden
|
|
Analyseren en gebruik maken
|
|
Aanpakken van complexe problemen en zaken
|
|
Creëren van patronen en mentale modellen
|
|
Conatieve vaardigheden
|
|
Jezelf kennen & beheersen
|
|
Begrijpen van & interactie met anderen
|
Verder zijn er kritische geluiden te horen. Gerd Biesta
(2016) geeft in “ (On)zin van de 21e eeuwse vaardigheden “ te kennen
dat de vaardigheden vooral economisch belang dienen en dat niet voor iedereen
de veranderingen snel gaan. Het geldt niet voor alle delen van de wereld en ook
niet voor alle mensen. Verder vindt Biesta dat kennis en
vaardigheden niet scherp te scheiden zijn. Kennis is nodig om vaardig te worden
en kennis is meer dan nut en toepasbaarheid, het geeft betekenis en helpt
mogelijkheden te zien. Het gaat om gezamenlijk een koers vinden en kunnen
houden die duurzaam leven en samenleven op onze kwetsbare planeet mogeljk maakt
. We moeten kinderen helpen zich thuis te voelen in de wereld en kinderen
moeten het vermogen hebben te kunnen oordelen over situaties.
Het is raadzaam om met een kritische blik deze ontwikkelingen
binnen het onderwijs te volgen.
Geraadpleegde bronnen:
Thijs,A., Fisser,P., & Hoeven, M.van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum
van het funderend onderwijs. Enschede: SLO
Biesta,G.(2016,1 april). (On)zin
van de 21e eeuwse vaardigheden. Geraadpleegd van
http://www.vrijescholen.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten