maandag 6 maart 2017

21e eeuwse vaardigheden


De toekomst van het onderwijs wordt in allerlei nota’s en beleidsstukken gekoppeld aan 21e -eeuwse vaardigheden. Dit heeft te maken met de eisen die gesteld worden aan leerlingen door de snel veranderende samenleving.

Voor deze vaardigheden worden er verschillende benamingen gebruikt zoals 21st century skills ( Binkley et al,2010), life long learning competencies en advanced skills (Law, Pelgrum & Plomp,2008), key skills (EU,2002). In Nederland spreken we van sleutelvaardigheden ( Van Zolingen, 1995) Kerncompetenties (Onderwijsraad,2000), soft skills (Van Eck, Van Daalen, & Heemskerk, 2011) of vakoverstijgende competenties ( Ledoux, Meijer, Van der Veen, & Breetveld, 2013).

De aandacht voor de 21e eeuwse vaardigheden is groot en er wordt veel belang aan gehecht. De discussie richt zich op wat de meest belangrijke vaardigheden zijn. Er zijn verschillende modellen ontwikkeld die door Voogt en Pareja Roblin (2010) vergeleken zijn.
Zij kwamen tot de conclusie dat in alle modellen vaardigheden worden genoemd op het gebied van:
-          Samenwerking
-          Communicatie
-          ICT-gebruik
-          Sociaal en/of cultureel bewustzijn (inclusief burgerschap)
Verder komen in  de meeste modellen vaardigheden voor op de volgende gebieden:
-          Creativiteit
-          Kritisch denken
-          Probleemoplossende vaardigheden
-          Productiviteit
Vaardigheden op het gebied van zelfregulering, leren leren, plannen, flexibiliteit en aanpassingsvermogen.

Marzano en  Hefleblower (2013) hebben in hun boek “Klaar voor de 21e eeuw “ een indeling gemaakt in cognitieve en conatieve vaardigheden voor de 21ste eeuw. Zij focussen niet op ict vaardigheden maar richten zich op de volgende indeling:

Cognitieve vaardigheden
Analyseren en gebruik maken
Aanpakken van complexe problemen en zaken
Creëren van patronen en mentale modellen
Conatieve vaardigheden
Jezelf kennen & beheersen
Begrijpen van & interactie met anderen

Verder zijn er kritische geluiden te horen. Gerd Biesta (2016) geeft in “ (On)zin van de 21e eeuwse vaardigheden “ te kennen dat de vaardigheden vooral economisch belang dienen en dat niet voor iedereen de veranderingen snel gaan. Het geldt niet voor alle delen van de wereld en ook niet voor alle mensen. Verder vindt Biesta dat kennis en vaardigheden niet scherp te scheiden zijn. Kennis is nodig om vaardig te worden en kennis is meer dan nut en toepasbaarheid, het geeft betekenis en helpt mogelijkheden te zien. Het gaat om gezamenlijk een koers vinden en kunnen houden die duurzaam leven en samenleven op onze kwetsbare planeet mogeljk maakt . We moeten kinderen helpen zich thuis te voelen in de wereld en kinderen moeten het vermogen hebben te kunnen oordelen over situaties​.
Het is raadzaam om met een kritische blik deze ontwikkelingen binnen het onderwijs te volgen.


Geraadpleegde bronnen:
Thijs,A., Fisser,P., & Hoeven, M.van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO
Biesta,G.(2016,1 april). (On)zin van de 21e eeuwse vaardigheden. Geraadpleegd van http://www.vrijescholen.nl


Geen opmerkingen:

Een reactie posten